Drie alumni blikken terug op hun opleiding en de richting die ze uiteindelijk uitgingen. Wat begon op dezelfde weg leidde naar andere oorden. Benjamin Dalle, Yasmina El Kaddouri en Gillis Ooghe studeerden rechten aan de UGent. Alledrie verdedigen ze belangen, zij het vanuit een andere insteek.

Benjamin Dalle - Vlaams minister van Jeugd, Media en Brussel

“Ik had snel beslist om Rechten te studeren, al rond mijn zeventiende. Omdat het zo’n brede studie is en een goede basis legt voor heel veel richtingen. Advocatuur, diplomatie of zelfs politiek. Al zat dat laatste toen nog niet echt in mijn hoofd. Het feit dat je veel opties had, sprak me aan. Uiteindelijk ben ik ook effectief advocaat geworden, mijn eerste job was bij een Brits kantoor in Brussel.

En toen ben ik eerder toevallig in de politiek beland. Eind 2007 zocht Yves Leterme volk voor het kabinet, om de staatshervorming voor te bereiden. Ik was op dat moment ook deeltijds assistent aan de universiteit. Via de prof waar ik voor werkte, is de vraag om op het kabinet te werken, bij mij beland. Daarna is het een snelle opeenvolging van kabinetten geweest. Leterme, Vandeurzen, Vanackere,.... En dan uiteindelijk kabinetschef bij Servais Verherstraeten en daarna adjunct-kabinetschef bij Koen Geens en nog een tijdje directeur van de studiedienst van CD&V, voor ik zelf minister werd.

Ik heb nooit echt veel op voorhand gepland. Ik ben eerder van het principe om kansen te grijpen als ze zich voordoen.

Ik mis de advocatuur wel soms. Vooral het feit dat je mensen heel direct helpt. Je verdedigt de belangen van één persoon, één gezin of één bedrijf en grijpt dus echt in in hun leven. In de politiek gaat het over heel veel belangen samen. De impact is misschien meer indirect, maar wel veel groter.”


Yasmina El Kaddouri - Junior medewerker bij Van Steenbrugge Advocaten - tweedejaarsstagiair aan de balie

“Ik heb erg lang getwijfeld over wat ik zou studeren. Geschiedenis sprak me aan, en politieke en sociale wetenschappen leek me geweldig. Uiteindelijk koos ik toch voor rechten. Waarom? Omdat ik met dat diploma meer werkzekerheid zou hebben, vertelden ze me.

Ik vind niet dat je moet wachten met beslissen tot je honderd procent zeker bent over een studierichting. Dat ben je nooit. Ik heb het geluk dat ik in mijn job mijn passies kan combineren, maar als student had ik geen flauw idee hoe het zou zijn.

Op je achttiende kan je onmogelijk weten wat je voor de rest van je leven zal doen. En lukt het niet, dan doe je gewoon iets anders. Dat is niet alleen met je studierichting zo, maar ook met je job. Trial and error.

Ik heb altijd al een passie gehad voor alles wat internationaal en Europees recht was: mensenrechten, vreemdelingenrechten, internationaal familierecht… Na mijn studies kreeg ik de kans om stage te doen bij Van Steenbrugge Advocaten. Ik had op dat moment geen idee of strafrecht me wel zou liggen. Ik besloot de sprong te wagen en daar ben ik nu heel blij om. Want ook in strafrecht sijpelen die mensenrechten zeer hard door. Bovendien kan ik me hier ook echt bezighouden met internationaal recht.

Op dit moment ben ik heel blij met wat ik nu doe. Of ik dat de volgende 50 jaar ga doen, weet ik niet. Ik weet zelfs niet of ik wel altijd in België blijf werken. Maar zolang ik het leuk vind, is er geen enkele reden om te veranderen.”


Gillis Ooghe - Diplomaat in Angola

“Dat ik rechten zou studeren, was vanzelfsprekend. De richting interesseerde me en ik wist toen al dat je met een rechtendiploma alle kanten op kan. Als je net afgestudeerd bent, heb je het gevoel dat je niet echt iets kan. Waar je ook belandt, je begint van nul. Mijn eerste job was een vrij juridische job bij de federale overheid, waar ik de beroepen behandelde van uitgewezen asielzoekers. Daarna ben ik een tijdje aan de slag gegaan als jurist op een politiek kabinet, en toen ben ik bij de Europese Commissie beland. Tijdens die periode begon ik met het diplomatiek examen. Dat zat al langer in mijn achterhoofd.

Toen er in 2014 een vacature was, dacht ik: “het is nu of nooit”. De selectieprocedure duurde meer dan een jaar en bij elke test kan je eruit liggen. Uiteindelijk was ik geslaagd.

Zodra je als diplomaat benoemd wordt, beslist de FOD Buitenlandse Zaken waar je terechtkomt. Al krijg je wel inspraak, en houden ze rekening met je persoonlijke situatie. Ik spreek Portugees omdat mijn partner uit Brazilië komt. Daarom stuurden ze me naar Angola, waar Portugees de officiële taal is.

Ik houd me hier vooral bezig met het economische aspect. Ik verdedig de Belgische belangen, en dat kan natuurlijk alleen maar als je daar echt achter staat. België heeft een zeer sterke mensenrechtendynamiek, wat ik een heel belangrijk thema vind. Ook voor de klimaatproblematiek probeer ik hier inspanningen te leveren. Die variatie maakt dat het voor mij echt boeiend en interessant blijft. En spannend. Ik heb nog geen idee waar ik binnen vier jaar ga zitten.”

Ander nieuws