
Alumna verhuist haar vintagewinkel naar de ‘schoonste kerk van Gent’
De populaire woonwinkel Wunderkammer sluit binnenkort de deuren in de Onderstraat. Maar de zaak van UGent-alumna Jennifer Kesteleyn (Master in de politieke wetenschappen: internationale politiek - 2009) beleeft eind dit jaar een wedergeboorte, en wat voor één. “Dit pand is een godsgeschenk, letterlijk en figuurlijk.”, vertelt ze in Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws.

In de zomer van 2020 startte Jennifer Kesteleyn Wunderkammer, een winkel gespecialiseerd in vintage en antiek. Wat begon als ‘wat meubeltjes verkopen’ draaide na vier jaar uit op een goed geolied bedrijf. “Het is niet zomaar een job. Ik sta dagelijks om vijf uur ‘s ochtends op om te zoeken naar vintage voor een schappelijke prijs. Het is mijn passie.”
Vier jaar later verlaat de winkel de Onderstraat in Gent. Niet uit eigen keuze, want de eigenaar besloot het pand te verkopen. Na een hobbelige zoektocht vond ze een nieuw onderkomen: de Sint-Theresia van Avilakerk op de Muide. “Hoe de max zou dat niet zijn, zei ik nog tegen mijn lief. Een bezoek ter plaatse bevestigde mijn vermoeden. En mijn verhaal raakte bij de eigenaars een gevoelige snaar”, zegt Jennifer.

Begin december verhuist ze naar de kerk die dateert uit 1882. “Deze locatie is zalig, toch?”, glimlacht Kesteleyn. "Als je binnenkomt, valt alle stress van je af. Het wordt de mooiste kerk van Gent, 520 vierkante meter bewoonbare oppervlakte én er is die historische touch. Een zaak als de mijne vraagt om charme. Een wit nieuwbouwblokje, dat zou gewoon niet werken.”
Intussen vond Jennifer al een bank die mee wil stappen in het verhaal. Maar om haar droom waar te maken, is nog een stevige eigen inbreng nodig. Onlangs startte ze een crowdfunding, waarmee ze 30.000 euro hoopt op te halen. “We hopen begin december open te gaan, maar financieel is het nog niet helemaal rond. Hopelijk zorgt dit voor het laatste duwtje om helemaal zeker te zijn. De winkel is mijn grote passie, waar ik bijna de klok rond mee bezig ben. Dat mag niet verdwijnen.”

