
Hij won de ‘Nobelprijs van het water’: Mr. Evaporation leert de wereld water begrijpen
Afgelopen zomers maken duidelijk dat water lang niet onuitputtelijk is. De vraag doemt steeds meer op of we ooit zonder water vallen. Dankzij het onderzoek van gerenommeerd hydroloog Wilfried Brutsaert kunnen waterbeheerders het antwoord op die vraag beter inschatten. Voor zijn decennialange carrière kreeg hij de Stockholm Water Prize 2022, de ‘Nobelprijs van het water’. Die carrière startte hij ooit in de auditoria van de UGent.
Mister Evaporation, zo noemen collega’s hem wel eens. Niet zomaar: wereldwijd is professor Wilfried Brutsaert een echte autoriteit op het vlak van waterverdamping. Hij legde het verband tussen zichtbaar en onzichtbaar water, allebei even belangrijk in de watercyclus. Zijn baanbrekende onderzoek leidde dan ook tot nauwkeurigere klimaatmodellen en methodes die onze watervoorraad voorspellen - waardoor we die beter kunnen beheren. Relevanter dan ooit, nu we meer en meer te maken krijgen met periodes van extreme droogte.
Waterbeheer als een huishoudbudget
Een goed waterbeheer is altijd belangrijk, niet alleen in tijden van droogte”, benadrukt Wilfried. Maar hoe kan je nu de watervoorraad voorspellen aan de hand van onderzoek naar verdamping? “Je kan alleen maar weten hoeveel water er is, als je weet hoeveel water er verdampt”, legt Wilfried uit.
Hij maakt de vergelijking met het budgetbeheer van een huishouden of een gemeente: “Bij een gezond budgetbeheer ken je de inkomsten, maar ook de uitgaven én weet je wat er op de bank staat. Dat is ook zo in een waterhuishouden: je moet weten wat er binnenkomt als neerslag, wegvloeit voor menselijk gebruik afvoer naar de zee en verdamping en wat opgeborgen zit in grondwater en in meren.”
Passie voor verdamping
“Hoeveel er verdampt of opgeborgen zit in grondwater kunnen we alleen maar schatten via redelijk ingewikkelde metingen of berekeningen”, legt Wilfried uit. “Ik droeg bij tot de ontwikkeling van methodes om die verdampingen en de hoeveelheid grondwater te berekenen.”
Het is onder andere dankzij die bijdragen dat hij dit jaar de Stockholm Water Prize won, zeg maar de ‘Nobelprijs van het water’. De klimaatverandering benadrukt hoe belangrijk zijn onderzoek is, maar dat was het zestig jaar geleden ook al. Wilfried: “Ik leerde het belang ervan toen ik tijdens mijn studies (hij studeerde toen landbouwkunde aan de UGent, red.) een zomerstage deed in Oost-Congo.
Daar is de natuurlijke vegetatie savanne: tijdens de zomer is het er maandenlang kurkdroog. Dat is nefast voor de veeteelt, en daarom zette de Mission Anti-Erosive van de Belgische overheid er een irrigatieproject op. En daar is mijn passie ontstaan: om een goed werkend irrigatiesysteem op punt te zetten, moet je weten hoeveel water er nodig is en hoeveel er verdampt.”
Onverwachte carrière
Zijn stage in Congo was op dat moment nog een tussenstap naar een groter doel. Wilfried: “Toen dacht ik nog dat ik ooit voor de Verenigde Naties zou werken in ontwikkelingshulp.” Dat was nog altijd zijn ambitie toen hij uit Congo terugkeerde. Maar toen leerde hij de Amerikaanse professor Don Kirkham kennen. “Hij had een sabatjaar genomen in Gent, en gaf een aantal lezingen over bodemfysica”, herinnert Wilfried zich. “Die maakten een grote indruk op mij, en we raakten bevriend.” Via die prof belandde hij, helemaal ongepland, eerst in onderzoek en uiteindelijk op het academische pad.
Vandaag is hij, na een academische carrière van maar liefst 60 jaar, verbonden aan de Cornell University als emeritus professor en heeft hij de wetenschappelijke kennis over waterverdamping mee vorm gegeven. Kennis die nu meer dan ooit op de voorgrond komt.
Zorgen over water
De vraag is dan ook hoe het gesteld is met de waterbevoorrading. Volgens Wilfried hoeven we ons hier nog niet meteen zorgen te maken over een tekort aan drinkwater. “In Vlaanderen regent het gemiddeld 800 mm per jaar, en dat is meer dan genoeg. Alleen krijgen we door de klimaatverandering wel vaker extremer weer, waardoor langere periodes van droogte kunnen afwisselen met meer extreme regenval.”
Hoe dan ook: Wilfried verbeterde methodes aan om de watervoorraad te berekenen, en dat laat waterbeheerders toe om het beleid daar nog beter op af te stemmen.
