Amper 25 en al adviseur van de VN en Google in de strijd tegen fake news

Gepubliceerd op December 13, 2021

UGent-alumnus Rakoen Maertens is 25 lentes jong, maar ondanks die jeugdige leeftijd scheert hij al hoge toppen. Hij werkt zijn doctoraat af aan de prestigieuze University of Cambridge en werkt ondertussen aan meerdere projecten om complottheorieën en misinformatie te bestrijden. De Britse overheid, de Verenigde Naties en zelfs internetgiganten als Google en YouTube vragen zijn advies.

Je gaat de strijd aan met fake news. Hoe doe je dat?

Rakoen Maertens: “Er bestaan verschillende manieren om het aan te pakken. Ik focus vooral op proactieve acties. We kunnen mensen wapenen tegen misinformatie nog voor ze eraan blootgesteld worden. Dat is gebouwd rond een van de meest bekende theorieën in de sociale psychologie: the inoculation theory ofwel de resistentietheorie. Je gaat mensen als het ware ‘inenten’ tegen iets en ze dus resistent maken tegen bepaalde invloeden. Zie het als een vaccin.”

Rakoen Maertens
Rakoen Maertens: "Ik hoop mensen te kunnen wapenen tegen fake news.
Zo goed zelfs dat ze geen misinformatie meer delen en
mensen aansprekendie dat wel doen
."

Een vaccin tegen fake news?

“Zo noemen we het inderdaad vaak. Je injecteert mensen figuurlijk met informatie die hen immuun maakt tegen misinformatie en complottheorieën. Daarbij zijn twee elementen van groot belang: je moet mensen vertrouwd maken met de overtuigingstechnieken die gebruikt worden in misinformatie én je moet hen doen inzien dat iedereen kwetsbaar is en dat zij dus ook gevaar lopen om erin te lopen.”

Mensen moeten schrik hebben van fake news?

“Je moet dat element van gevaar erbij betrekken. Mensen moeten beseffen dat ze blootgesteld kunnen worden aan fake news. Zo blijven ze er alert voor. Als je dat combineert met hen te wijzen op de technieken achter misinformatie, gaan ze zich minder snel laten vangen. Ik onderzoek de effectiviteit van die inoculatie-interventies op lange termijn. Hoe lang blijft het effect van zo’n interventie hangen? Of anders gezegd: wanneer is een boosterprik nodig?”

Je spreekt over interventies. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

“Dat kunnen informerende berichten zijn in magazines en kranten die waarschuwen voor potentiële misinformatie. Dat kan ook in de vorm van een game, waarbij mensen actief kunnen meedenken. Met onze onderzoeksgroep The Social Decision-Making Lab hebben we er een ontwikkeld (‘Bad news’ of ‘Slecht nieuws’). Daarin tonen we hoe makkelijk het is om mensen te misleiden en dus ook om misleid te worden. Maar het kan ook via videoboodschappen. Momenteel werken we samen met Google en YouTube aan een testproject.”

Wat hoop je te bereiken?

“Ik hoop mensen te kunnen wapenen tegen fake news. Zo goed zelfs dat ze geen misinformatie meer delen en mensen aanspreken die dat wel doen. Daarvoor moet je natuurlijk eerst in kaart brengen waar ‘hotspots’ zijn. Ik werk nu bijvoorbeeld mee aan MIST, een soort van IQ-test voor fake news. Die testen we nu in de praktijk, zodat we kunnen zien waar mensen het meest kwetsbaar zijn voor misinformatie. De Britse overheid heeft veel interesse in de test, maar ook in andere projecten. Mijn collega’s en ik zitten regelmatig rond de tafel met kabinetsmedewerkers van de Britse premier om hen te adviseren. Maar evengoed met internationale organisaties zoals de Verenigde Naties.”

Je bent 25 jaar oud en zit rond de tafel met belangrijke mensen. Dat doen niet veel leeftijdsgenoten je na. Hoe ben je hier beland?

“Ik heb veel geluk, ik zit hier goed in Cambridge. Toen ik psychologie studeerde aan de UGent, dacht ik altijd dat ik richting de neurowetenschappen wilde gaan. Ik vond dat heel interessante cursussen en wilde er graag onderzoek rond doen. Mijn masterproef ging dan ook over transcraniële magnetische stimulatie, waarbij je bepaalde regio’s in de hersenen stimuleert. Al snel bleek dat ik wel graag las over het onderwerp, maar het zelf onderzoeken was niet mijn ding. Op hetzelfde moment zocht ik een stage en botste ik op het Cambridge Social Decision-Making Lab van professor Sander van der Linden. Zijn onderzoek interesseerde me, dus nam ik contact op met hem. Hij was enthousiast en nodigde me uit in Cambridge. Na zes maanden verlengde ik mijn stage en veranderde ik op het laatste moment nog het onderwerp van mijn masterproef.”

Nu werk je je doctoraat af. Wat zijn de volgende stappen?

“Ik hoop hier in Cambridge te blijven. Momenteel ziet dat er goed uit, maar je weet nooit waar de toekomst me brengt. Ik haal veel energie uit de projecten waarmee ik een steentje kan bijdragen voor een betere wereld. Is dat in de toekomst als professor of als wetenschappelijk adviseur voor de Verenigde Naties, dat maakt me niet veel uit.”

We zien je niet snel terug in België?

“(lacht) Voorlopig niet.”

Benieuwd naar de valkuilen van complotdenken? Bekijk het openingscollege van Maarten Boudry en lees meer op durfdenken.be